Jij hebt last van..
Dat is altijd het eerste wat ik denk wanneer ik iemand naar mijn bureau zie lopen. Sommige mensen hinken bijvoorbeeld, die zullen wel last hebben van hun enkels of been.
Het is altijd leuk om te raden waar de patiënten last van hebben, ook al heb ik het meestal fout.
Zo kwam er vanochtend iemand naar mijn bureau waarvan ik dacht dat er niets mee aan de hand was. Toen de man zijn mouw omhoog stroopte, wist ik wel beter. Zijn elleboog was blauw en dik en hij vertelde me dat hij wilde afkicken. Ik wist even niet wat ik daarop moest zeggen, dus ging ik maar raden welke drugs hij gebruikte. Niet dat ik veel weet van drugs, maar voordat ik kon raden zei de man al 'heroïne'. Ik vond het erg jammer dat de man mij niet even in gedachte liet raden.
Ik denk meestal dat er niets met mensen aan de hand is als ik het niet kan zien doordat het onder de kleding zit. Daar zitten de meest verschrikkelijke geheimen onder verstopt. Helaas moeten ze alles aan mij laten zien, zodat ik ze kan doorverwijzen. Het is natuurlijk te naïef om te denken dat er niets aan de hand is, anders zouden ze geen afspraak met mij maken.
Soms komen patiënten maandelijks terug met een kwaal waar ik niet achter kan komen. Ik hoor opnieuw het hele verhaal aan en hoop maar dat mijn assistente een dubbele afspraak heeft ingepland. Het is altijd vreselijk als ik uitloop, alle patiënten daarna klagen alleen maar daarover.
Nu even terug naar mijn gedachten, er komt namelijk een vrouw mijn spreekkamer binnen maar ik zie zo niet wat ze mankeert. Het lijkt wel alsof haar arm wat scheef hangt, maar dat kan ook komen doordat ik mijn hoofd scheef houd. Ik sta op en geef haar een hand. Ze neemt plaats op de stoel en ze brand meteen los.
"Bedankt dokter dat u mij zo snel kan ontvangen. Ik heb ga normaal nooit naar u zoals weet, ik denk dat u mij hier nog nooit gezien heeft."
"Dat klopt inderdaad mevrouw", lieg ik. Het is tenslotte de tweede keer deze maand dat ik haar zie. Wat er precies aan de hand is met haar dat weet ik niet. Ze heeft haar vage momenten en ik vermoed nog steeds schizofrenie.
"Vanochtend werd ik dus wakker en ik herkende mijn kamer niet meer. Het leek wel alsof er iemand anders door mijn ogen keek. Ik stapte uit bed maar ik wist niet meer waar de wc was. Toen werd het zwart voor mijn ogen. Ik denk dat ik na anderhalf uur weer bij kwam, onder de ijskoude douche."
"En u heeft dit nog nooit eerder meegemaakt mevrouw? Dit is echt de eerste keer? U was hier namelijk een aantal weken geleden ook al, maar toen met hele andere klachten. Last van aanhoudende hoofdpijn en maagkrampen. Komt u dat bekend voor?"
"Nee, helemaal niet. Ik heb nooit ergens last van, wat ik net ook al zei."
Terwijl ze praat zie ik hoe haar ogen langzaam wegdraaien en ik bereid me voor op de wisseling van persoonlijkheden. Er verschijnt een lach op mijn gezicht terwijl ik bedenk hoe mooi ik dat zeg.
Ik druk op de intercom en vraag om de beveiliging terwijl ik een meteen een verwijzing maak voor de psychotherapeut. Ik zal haar wel op laten halen voor deze afspraak, voor het geval de verkeerde in haar hoofd zit.
Het is bijna het eind van de werkdag, en ik heb even een momentje om naar buiten te staren. Alle patiënten die ik heb gehad gaan nog een keer door mijn hoofd. Ik heb vandaag helemaal niets goed geraden.
Gisteren lukte het ook al niet, behalve dat ik zag dat mijn assistente vermoeid was. Dat was ook geen moeilijke gok door die wallen.
Wanneer ik iemands ziekte of kwaal wel een keertje goed heb geraden, maak ik altijd een vreugdedansje wanneer de afspraak voorbij is. Op deze manier prijs ik mezelf dat ik soms toch slimmer ben dan iedereen denkt. Ook turf ik de 'goed geraden'. Zo zie ik hoeveel sigaretten ik mag roken na werk, ook al vergeet ik ze altijd thuis.
Ik kijk op mijn klokje en zie dat er nog één patiënt moet komen. Ik laat de assistent weten dat ik klaar ben voor de laatste van vandaag en dat ze haar naar binnen mag sturen.
Ze stapt de kamer binnen en ik zie meteen wat het is. Roodvonk. Rode vlekjes verspreidt over haar gezicht en armen en ik weet dat ik hier niets mee kan. Roodvonk is heel besmettelijk en ik moet meteen een ambulance bellen. Ik druk weer op de knop van de intercom en foeter mijn assistente uit waarom ze dit niet heeft gezien. Ze verontschuldigt zich vaak en belooft de ambulance meteen te bellen.
Ik kijk weer naar de vrouw aan de andere kant van de kamer. We hebben nog niets gezegd tegen elkaar.
"Mevrouw, u heeft last van roodvonk. Ik heb een ambulance voor u laten bellen omdat dit een zeer besmettelijke ziekte is. U hoeft maar te niesen of u kunt iemand anders er al mee aansteken. Blijft u dus even daar staan, tot de ambulance er is."
De vrouw knikt alleen maar. Ik heb er al geen aandacht meer voor, in gedachte ben ik aan het dansen.
Na vijf minuten hoor ik de ambulance al. Het ziekenhuis is hier om de hoek.
Mijn assistente brengt haar richting de uitgang en nu ik alleen ben in mijn kantoor begin ik aan mijn dansje.
Armen naar voren, hoofd naar achteren. Dan borst naar voren en kont naar achteren. Dit doe ik een paar keer en dan pak ik mijn lijstje. Ik zet een streepje bij vandaag en tevreden loop ik mijn kantoor uit. Ik doe de lichten uit, de voordeur doe ik op slot. Glimlachend stap ik naar buiten, de broeierige lucht in.
Dat is altijd het eerste wat ik denk wanneer ik iemand naar mijn bureau zie lopen. Sommige mensen hinken bijvoorbeeld, die zullen wel last hebben van hun enkels of been.
Het is altijd leuk om te raden waar de patiënten last van hebben, ook al heb ik het meestal fout.
Zo kwam er vanochtend iemand naar mijn bureau waarvan ik dacht dat er niets mee aan de hand was. Toen de man zijn mouw omhoog stroopte, wist ik wel beter. Zijn elleboog was blauw en dik en hij vertelde me dat hij wilde afkicken. Ik wist even niet wat ik daarop moest zeggen, dus ging ik maar raden welke drugs hij gebruikte. Niet dat ik veel weet van drugs, maar voordat ik kon raden zei de man al 'heroïne'. Ik vond het erg jammer dat de man mij niet even in gedachte liet raden.
Ik denk meestal dat er niets met mensen aan de hand is als ik het niet kan zien doordat het onder de kleding zit. Daar zitten de meest verschrikkelijke geheimen onder verstopt. Helaas moeten ze alles aan mij laten zien, zodat ik ze kan doorverwijzen. Het is natuurlijk te naïef om te denken dat er niets aan de hand is, anders zouden ze geen afspraak met mij maken.
Soms komen patiënten maandelijks terug met een kwaal waar ik niet achter kan komen. Ik hoor opnieuw het hele verhaal aan en hoop maar dat mijn assistente een dubbele afspraak heeft ingepland. Het is altijd vreselijk als ik uitloop, alle patiënten daarna klagen alleen maar daarover.
Nu even terug naar mijn gedachten, er komt namelijk een vrouw mijn spreekkamer binnen maar ik zie zo niet wat ze mankeert. Het lijkt wel alsof haar arm wat scheef hangt, maar dat kan ook komen doordat ik mijn hoofd scheef houd. Ik sta op en geef haar een hand. Ze neemt plaats op de stoel en ze brand meteen los.
"Bedankt dokter dat u mij zo snel kan ontvangen. Ik heb ga normaal nooit naar u zoals weet, ik denk dat u mij hier nog nooit gezien heeft."
"Dat klopt inderdaad mevrouw", lieg ik. Het is tenslotte de tweede keer deze maand dat ik haar zie. Wat er precies aan de hand is met haar dat weet ik niet. Ze heeft haar vage momenten en ik vermoed nog steeds schizofrenie.
"Vanochtend werd ik dus wakker en ik herkende mijn kamer niet meer. Het leek wel alsof er iemand anders door mijn ogen keek. Ik stapte uit bed maar ik wist niet meer waar de wc was. Toen werd het zwart voor mijn ogen. Ik denk dat ik na anderhalf uur weer bij kwam, onder de ijskoude douche."
"En u heeft dit nog nooit eerder meegemaakt mevrouw? Dit is echt de eerste keer? U was hier namelijk een aantal weken geleden ook al, maar toen met hele andere klachten. Last van aanhoudende hoofdpijn en maagkrampen. Komt u dat bekend voor?"
"Nee, helemaal niet. Ik heb nooit ergens last van, wat ik net ook al zei."
Terwijl ze praat zie ik hoe haar ogen langzaam wegdraaien en ik bereid me voor op de wisseling van persoonlijkheden. Er verschijnt een lach op mijn gezicht terwijl ik bedenk hoe mooi ik dat zeg.
Ik druk op de intercom en vraag om de beveiliging terwijl ik een meteen een verwijzing maak voor de psychotherapeut. Ik zal haar wel op laten halen voor deze afspraak, voor het geval de verkeerde in haar hoofd zit.
Het is bijna het eind van de werkdag, en ik heb even een momentje om naar buiten te staren. Alle patiënten die ik heb gehad gaan nog een keer door mijn hoofd. Ik heb vandaag helemaal niets goed geraden.
Gisteren lukte het ook al niet, behalve dat ik zag dat mijn assistente vermoeid was. Dat was ook geen moeilijke gok door die wallen.
Wanneer ik iemands ziekte of kwaal wel een keertje goed heb geraden, maak ik altijd een vreugdedansje wanneer de afspraak voorbij is. Op deze manier prijs ik mezelf dat ik soms toch slimmer ben dan iedereen denkt. Ook turf ik de 'goed geraden'. Zo zie ik hoeveel sigaretten ik mag roken na werk, ook al vergeet ik ze altijd thuis.
Ik kijk op mijn klokje en zie dat er nog één patiënt moet komen. Ik laat de assistent weten dat ik klaar ben voor de laatste van vandaag en dat ze haar naar binnen mag sturen.
Ze stapt de kamer binnen en ik zie meteen wat het is. Roodvonk. Rode vlekjes verspreidt over haar gezicht en armen en ik weet dat ik hier niets mee kan. Roodvonk is heel besmettelijk en ik moet meteen een ambulance bellen. Ik druk weer op de knop van de intercom en foeter mijn assistente uit waarom ze dit niet heeft gezien. Ze verontschuldigt zich vaak en belooft de ambulance meteen te bellen.
Ik kijk weer naar de vrouw aan de andere kant van de kamer. We hebben nog niets gezegd tegen elkaar.
"Mevrouw, u heeft last van roodvonk. Ik heb een ambulance voor u laten bellen omdat dit een zeer besmettelijke ziekte is. U hoeft maar te niesen of u kunt iemand anders er al mee aansteken. Blijft u dus even daar staan, tot de ambulance er is."
De vrouw knikt alleen maar. Ik heb er al geen aandacht meer voor, in gedachte ben ik aan het dansen.
Na vijf minuten hoor ik de ambulance al. Het ziekenhuis is hier om de hoek.
Mijn assistente brengt haar richting de uitgang en nu ik alleen ben in mijn kantoor begin ik aan mijn dansje.
Armen naar voren, hoofd naar achteren. Dan borst naar voren en kont naar achteren. Dit doe ik een paar keer en dan pak ik mijn lijstje. Ik zet een streepje bij vandaag en tevreden loop ik mijn kantoor uit. Ik doe de lichten uit, de voordeur doe ik op slot. Glimlachend stap ik naar buiten, de broeierige lucht in.
Reacties