Het was een mooie zomerdag terwijl Aubrey de deur van het mortuarium opende. Achter deze deuren zat een totaal andere wereld. Een wereld van tl-buizen, kou en dood. Dit waren perfecte werkomstandigheden voor Aubrey.
Het slot klikte en ze draaide de klink om. Een steriele lucht kwam haar tegemoet en met een zucht van verlichting stapte ze in deze andere wereld. Haar armharen gingen overeind staan van het temperatuurverschil. Het was hier altijd maar zo'n dertien graden. Ze drukte op een knop en met een licht geflikker sprongen de tl lampen aan in de grote ruimte. Aubrey pakte haar werkjas van het haakje en deed deze over haar kleding aan. Ze liep richting de werktafel en bekeek het briefje met taken dat ze gisteren had achtergelaten voor haar zelf. Voornamelijk schoonmaakklusjes stonden er op, maar ook het prepareren van een nieuw lijk dat gisteren was binnen gekomen. Aubrey besloot dat dat laatste nog wel even kon wachten en begon haar lijstje af te werken.
Na een kleine drie uur was het lijstje afgewerkt. Ze zette het koffiezetapparaat aan en pakte een kopje met een doodshoofd erop. Deze had één van haar exen ooit voor haar gekocht, die het een heel leuk cadeau had gevonden voor haar. Vooral vanwege de ironie, verduidelijkte hij haar toentertijd. Ze schonk de koffie in en deed er een scheut melk en suiker bij. Ze liep richting de uitgang, maar bedacht zich halverwege. Van de week was namelijk het nieuwe rookhok gereed gemaakt, zodat ze eindelijk niet meer naar buiten hoefde.
"Wat heb je toch een geluk met de makkelijke directie Aubrey", zei ze tegen zichzelf en lachte om haar eigen grapje. Het was namelijk haar eigen bedrijf. Ze liep het halletje in en opende de deur. De ventilatoren sprongen meteen aan. Terwijl ze aan het roken was, bedacht ze andere taken om te doen. Dit was moeilijker dan gedacht en toen ze klaar was met roken had ze nog niets bedacht. Ze stapte weer uit het rookhok en de ventilatoren stopten er weer mee. Aubrey liep naar de werktafel en steunde met haar kin op haar handen. Zo bleef ze even een tijdje staan. De stilte om haar heen vond ze heerlijk. Soms bleef ze zo, zonder het te merken, een half uur staan. Ze dacht aan haar vakantie, nog vier dagen en dan zou ze in het in vliegtuig zitten naar Malta. Aubrey bleef nog even hangen in de gedachte aan de mooie vakantie, tot ze bedacht dat het lichaam er nog lag en ze er echt wat aan moest doen. Ze hief haar hoofd op en strekte haar rug. Ze liep richting de deur waar de lijken achter lagen. De klink van deze deur ging wat stroever en ze bedacht zich dat dit wat voor het lijstje was. Uiteindelijk gaf de deur mee en Aubrey stapte de ruimte binnen.
Eerst leek ze niet helemaal te beseffen wat ze zag. Aubrey keek recht in de ogen van het lijk dat gisteren binnen was gebracht. De vrouw stond in het midden van de ruimte en keek haar strak aan. Aubrey's adem stokte en haar lichaam was verstijfd. Ze wilde rennen en gillen, maar haar lichaam reageerde niet. Ze bleven elkaar aan kijken en het leek voor Aubrey wel een uur. Opeens gaf haar lichaam mee en ze gilde. Ze gilde zo hard als ze kon. De vrouw schrok hiervan en begon ook te gillen. Aubrey draaide zich om en rende de kamer uit. Ze probeerde de deur op slot te doen, maar deze werkte niet mee. Aubrey liet de deur voor wat het was en ze rende richting de uitgang. Ze stootte een rijtafeltje om en de spullen vielen met veel herrie op de grond. Aubrey gooide de buitendeur open en sloeg hem hard achter zich dicht. Ze zakte tegen de deur aan op de grond, haar hart leek uit haar borstkas te bonzen.
Nog geen minuut nadat ze rustig zat, hoorde ze hoe er op de binnenkant van de deur geklopt werd.
"Laat me eruit! Alsjeblieft, ik wil hier geen minuut langer zijn!", schreeuwde de vrouwenstem gedempt vanachter de deur. Aubrey bleef stil zitten terwijl het geklop en geschreeuw doorging. Nadat er al een tijdje geen geluid meer te horen was van binnen het gebouw, stond ze op. Langzaam deed ze de deur open op een kiertje. De vrouw zat gehurkt tegen één van de werktafels. Ze keek omhoog toen het felle zonlicht naar binnen stroomde. Ze stond op en Aubrey zag dat haar naamkaartje nog aan haar teen bungelde. De vrouw liep haar voorbij, het kleine bordes op. Ze zakte door haar knieën en barstte in tranen uit.
Pas toen besefte Aubrey wat deze vrouw was aangedaan. Ze liep naar haar toe en zakte ook door haar knieën. Ze omhelsde de vrouw stevig, niet in staat wat te zeggen
Reacties