Doorgaan naar hoofdcontent

Voordat het donker wordt


Het hapje wat uit de magnetron komt, ruikt heerlijk. Gepureerde peen en erwtjes, normaal gesproken niet haar favoriet maar vanavond heeft het een aangename geur.
Ze kijkt toe hoe haar eigen pasta hapje borrelt in de pan en ze zet het wat lager.
‘Auw, auw, mama!,’ gilt een hoog stemmetje achter haar.
Met een ruk draait ze zich om en zet twee stappen richting Sofie. Ze lijkt niet klem te zitten in haar Maxi-Cosi en ook de riempjes zitten niet te strak vast. Ze begrijpt al snel wat er 'auw' is. Het kleine vingertje wijst richting het fornuis, naar het vuur.
‘Ja, dat doet auw inderdaad hè?,’ zegt ze, opgelucht dat er niets ernstigs aan de hand is. 'Gelukkig maar dat er niets gebeurd zolang we er veilig mee om gaan.'
Ze haakt Sofie los uit de Maxi-Cosi om haar in de kinderstoel te zetten. De kleine armpjes slaan zich om haar nek en ze kirt van plezier terwijl ze de lucht in wordt gehesen. Ze houdt Sofie even boven haar hoofd en geeft haar een paar kusjes in haar nek en op haar gezicht. Sofie geeft natte kusjes terug en steekt af en toe stiekem haar tong uit.
'Wat ben je nou allemaal aan het doen kleine boef van me?', lacht ze, terwijl ze Sofie in de kinderstoel laat glijden. Sofie stribbelt niet tegen en ploft rustig neer in de zitting.
Ze draait zich weer terug naar het vuur om de pasta af te gooien, maar al snel is de rust voorbij. Sofie slaat met haar kleine handjes baldadig op het tafelgedeelte van de kinderstoel, alsof ze zich genegeerd voelt
‘Sofie, hou eens op daarmee,’ zegt ze op een toon die meestal wel werkt. Dit keer gaat Sofie echter door.
‘Mama Isse, Isse!,’ klinkt het luid wanneer ze de pasta afgooit en Sofie door blijft slaan.
'Mama Isse? Wie is mama Isse nou weer?’ Ze kijkt achterom om te zien of Sofie reageert, ze is opeens gestopt met bonken. Nu wijst het vingertje weer, dit keer naar haar.
'Mama Isse!,' krijst Sofie.
'Rustig maar lieverd, je bedoelt mama Ilse? Ik ben hier.'
Ze schept de pasta op haar bord, strooit er wat kaas overheen en zet het op tafel. Het hapje van Sofie houdt ze dichtbij na de belevenis van gisteravond.
Gisteravond was het eten uitgemond in een waar slachtveld. Het lepeltje werd bijna een soort van katapult en het eten van Sofie ging alle kanten op. Haar haar, haar kleding, de vloer. Niets bleef de groene derrie, broccolipuree, bespaard.
Weer een dag wijzer en Ilse voert Sofie maar weer op de oude manier. Sofie lijkt het helemaal niet erg te vinden dat ze wordt behandeld als een koningin en hapt gretig het eten van het lepeltje af. Om en om geeft ze ieder een hapje van hun eigen maaltijd.
Na twintig minuten is het eten helemaal op en woorden die niet te begrijpen zijn worden in het ruimte gegooid door Sofie. Ilse lacht en zegt overal 'ja' op, dat is natuurlijk wat je hoort te doen.
'Heb je lekker gegeten Sofietje?'
Sofie knikt hevig terug maar Ilse heeft geen idee of ze nu begrijpt wat ze heeft gezegd.
Ze pakt de borden en het bestek en legt het neer op het al overvolle aanrecht. Ilse zucht en kijkt naar de rotzooi, die alleen maar erger wordt. Het zijn niet alleen borden, maar ook folders en kranten die her en der tussen de borden uitsteken. Op deze manier koekt het allemaal niet aan en maakt het niet uit dat het een paar dagen langer blijft staan.
Ze pakt weer een krant en legt het net gebruikte bord op een stapeltje borden, waar al een stukje krant bovenop ligt. Het nieuwe stukje krant gaat er weer op en het bakje van Sofie zet ze in het torentje met bakjes en stukjes krant. Het torentje wiebelt gevaarlijk maar blijft nog steeds staan.
Ze haalt Sofie uit de kinderstoel en neemt haar op haar arm. In haar andere hand pakt ze de Maxi-Cosi en loopt met beide naar de woonkamer.
Ze gooit de deur van de keuken net iets te hard achter zich dicht. Het torentje met de bakjes blijkt toch niet helemaal goed te staan wanneer de lucht zich vult met het geluid van zacht gekletter.
Sofie maakt allerlei geluiden, alsof ze het na probeert te doen. Haar handjes strekken zich en belanden in het haar van Ilse waar ze zachtjes doorheen aait.
Ilse knijpt haar ogen dicht en probeert de ergernis die haar hoofd vult te verminderen. Gelukkig zijn het bakjes van plastic. Ze wrikt de handjes van Sofie los, die inmiddels niet meer aait maar trekt.
Terwijl ze trekt aan haar haar, zingt ze een vrolijk deuntje wat Ilse niet herkent.
Ze loopt richting de bank en ploft neer met de Maxi-Cosi ernaast. 
Het is geen groot huis, slechts vijftig vierkante meter op de tweede verdieping. Alles is door kleine ruimte flink krap maar wel dichtbij elkaar. De hoeveelheid aan spullen laat het ogen alsof ze een soort van verzamelaar is, maar er is te weinig bergruimte om al haar spullen kwijt te kunnen. Bij de voordeur hangt een grote kapstok met flink wat jassen, hierdoor is de ruimte meteen al benauwend wanneer je binnenkomt. Na een kort halletje, stap je meteen de woonkamer in. De keuken en slaapkamer zijn bereikbaar via de woonkamer, de badkamer via de slaapkamer. De slaapkamer en de woonkamer zijn de enige twee kamers met een raam er in. Dit vaak tot ergernis van Ilse, omdat het soms wel eens lekker is om in de badkamer een raam open te zetten.
Sofie blijft vrolijk haar liedjes zingen terwijl Ilse naar de afstandsbediening zoekt. Meestal verdwijnt deze tussen de kussens, maar met een kind op je schoot is dat niet makkelijk zoeken. Ze zet Sofie even in de Maxi-Cosi om beter te kunnen zoeken.
'Waarom kan ik dat ding nou niet vinden Sofie? Heb jij hem soms meegenomen en verstopt?'
Onmogelijk natuurlijk, maar dat onding is nergens te vinden.
'Auw Isse, auw auwie.'
Er kan haast niets aan de hand zijn, maar toch kijkt Ilse gealarmeerd op. Het vingertje wijst naar de deur van de keuken.
'Ja, daar is inderdaad auw he? Het is allemaal warm en gevaarlijk daarbinnen. Eigenlijk zou jij niets eens mee mogen daar naar binnen,' zegt Ilse, zonder om te kijken. Ze graaft verder in de bank en zet de kussen achter haar, maar de afstandsbediening blijft onvindbaar.
Met een diepe zucht komt ze weer terug omhoog. Een rood hoofd en haren die flink verwilderd zijn door het leunen tegen de bank staren naar Sofie.
'Auwauwauw,' gaat Sofie intussen door terwijl ze naar de keukendeur blijft wijzen.
'Ja lieve schat, daar staat inderdaad de machine die auw kan doen,' puft ze.
Ze zet de Maxi-Cosi een stukje naar achter en duikt vervolgens weer tussen de kussen om verder te zoeken. Een zachte 'plop' doet haar al snel weer omhoog schieten, het geluid leek bij Sofie vandaan te komen. Gelukkig zit ze nog veilig in haar stoeltje, te wijzen naar de keuken. Net als ze weer wil bukken, klinkt er een luid gekraak door het appartementje. 

Ilse schiet omhoog terwijl ze van alles achter elkaar hoort vallen. Glazen lijken kapot springen en borden lijken te breken.
Sofie wijst nog steeds met haar vingertje naar de keukendeur en eindelijk kijkt Ilse dan.
De deur van de keuken is al zwartgeblakerd en tussen de kieren komt dikke, zwarte rook de woonkamer in. De kapstok aan de muur is naar beneden gevallen en de grond ligt bezaaid met jassen en shawls. De helft van de muur achter de kapstok is eruit gevallen en ze ziet hoe de vlammen snel rond grijpen in de keuken en overslaan naar de jassen op de grond. De keukendeur valt uit zijn voegen en valt in de woonkamer met een luide dreun. Nog meer vlammen komen tevoorschijn en ze grijpen snel om zich heen in de woonkamer.
Eindelijk krijgt Ilse het besef wat er aan de hand is, wat ze moet doen. Terwijl de vlammen al aan de andere kant van de bank likken, probeert ze met trillende handen de gespen van de Maxi-Cosi dicht te klikken. Het vuur verslindt de bank en komt steeds dichterbij. Ze pakt de Maxi-Cosi op en zet hem op de grond bij het raamkozijn. De rook slaat op haar luchtwegen en ze begint ongecontroleerd te hoesten. De gespen willen niet dicht en haar handen trillen steeds heviger. Ook Sofie begint nu te hoesten en Ilse weet dat ze nog maar weinig tijd heeft.
Het zweet breekt haar uit wanneer ze achter zich kijkt, naar de bank waar ze net nog op heeft gezeten. De bank staat nu in bijna helemaal in lichterlaaie. De snelheid van het vuur is onmogelijk. Ze gaat het niet redden! Het zweet stroomt over haar gezicht, op haar handen. Dit maakt het bijna onmogelijk om de gesp vast te maken. Steeds glibbert hij weer uit haar hand wanneer ze denkt dat ze er bijna is. Ze hoort zichzelf opeens schreeuwen. Onmacht maakt zich meester maar ze kan het niet opgeven. Sterker nog, ze mag het niet opgeven. Ze blijft proberen terwijl ze schreeuwt en hoest en het appartement, samen met al haar spullen, in een rap tempo door de vlammen wordt vernietigd.
Klik
De gesp valt eindelijk in zijn slot en snel opent Ilse het raam. Ze voelt hoe de vlammen opeens bij haar voeten zijn en ze schreeuwt het uit van de pijn. Er komt intussen alleen nog maar een krassend geluid uit haar keel, een geluid wat ze niet kent van zichzelf. Sofie huilt luid en heeft haar ogen dichtgeknepen. Ilse kijkt heel kort naar beneden maar op het moment dat ze de vlammen aan haar broek voelt, laat ze Maxi-Cosi zo recht mogelijk door het raam vallen. 
Ilse zakt neer tegen de muur, kermend van de pijn. De vlammen slaan om haar heen, de druk op haar huid en hoofd wordt ondraaglijk. Ze ademt dikke teugen zwarte rook en het lijkt alsof ook haar longen in brand staan. Ilse zet haar handen plat op de grond en zet zich af, maar er gebeurt niets. Het is te zwaar, te veel en veel te warm. De hitte, die verschroeiende hitte. Even denkt ze het gehuil van Sofie nog te horen, voordat het donker wordt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

De hacker

Op mijn gemak zit ik achter mijn laptop te kijken hoe het verhaal langzaam verschijnt. Er wordt af en toe wat weggehaald, soms moet ze even nadenken over wat ze gaat schrijven. Nergens kan ze aan zien dat ik met haar mee kijk. Over haar schouder kijk ik stiekem mee. Op deze momenten voel ik mij machtig. Niemand weet namelijk wie ik ben, maar ik weet alles over diegene die ik op dit moment volg. Haar verhaal vordert langzaam, en telkens lees ik er weer een regeltje bij. Ik besluit om even wat anders te gaan doen. Wanneer ik op de klok kijk, zie ik dat ik al 4 uur aan het schrijven ben. Eindelijk heb ik het verhaal kunnen afronden met een goed gevoel. Ik lees het nog een keer helemaal door, haal hier en daar nog wat schoonheidsfoutjes weg. Het duurt lang voordat ik het eindelijk goedkeur en besluit dat het online mag. Ik heb nog wel wat verhaaltjes 'op voorraad', maar dit onderwerp schoot zo plotseling in mijn hoofd dat ik er wel iets mee moest doen. Ik klik op 'Publi...

De recensie van Stan Kelder

Sandra van den Boom  heeft onlangs haar verhaal 'De andere stad' geschreven en gepubliceerd op 20 april 2013. Dat is alweer het eenenvijftigste verhaaltje sinds oktober 2012, wat ik heel prijzenswaardig vindt. Namelijk hoe je jouw tijd daarvoor vrijmaakt en ons ook telkens weer verrast. Op het verhaaltje wil ik graag reageren, en Sandra, zie het als een soort recensie ;)  In het verhaaltje 'De andere stad' kan ik goed de grote tegenstelling zien, de frisse ochtendlucht van het bos in vergelijking met wat daarna komt. Ik probeer niet al te veel te verraden voor degenen die hem nog niet gelezen hebben.  Ik vind de opbouw van het verhaal erg goed omdat in het begin lijkt alsof er niks mis is, maar dan komt er een prachtige wending. Je zit de lezer lekker af te leiden van de eigenlijke rode dr aad van het verhaal, dat ik erg knap vindt. Want dan komt zo'n prompte verhaalwending pas echt aan. Het beetje gevaar wat er daarvoor komt met de auto is niets vergeleken met wat ...

De ontvoering

Mijn haar is vet en voelt als touw. Onder mijn nagels zit zand en vuil. Ik voel me ontzettend vies, plak van het zweet. Elke dag is het ontzettend warm in het schuurtje. Het enige zonlicht wat ik zie, is als die vreselijke man mij een bakje met water komt brengen. Althans, hij schuift het door een luikje wat hij in de schuurdeur heeft gemaakt. Dit heeft hij de eerste dag gedaan, toen hij mij hierin heeft opgesloten. Mijn buik doet ook pijn. Ik heb al zolang ik hier zit, niets meer te eten gehad. Misschien komt het ook wel doordat ik zwanger ben. Gelukkig maar dat hij dat niet weet. Ik weet niet precies hoelang ik hier al zit. Het zou vier dagen kunnen zijn, maar ook een week. Soms komt hij binnen in de schuur. Dan scheldt hij me uit voor hoer, en slaat me. Het doet me ondertussen niets meer, ik heb me erbij neergelegd. Hij scheld dat het hier stinkt, dat hij mijn emmer niet gaat legen. Die emmer is mijn wc. Ik denk aan mijn man. Zou hij naar me op zoek zijn? Mij prob...