Ik lig in bed terwijl ik naar de geluiden luister die het huis maakt. Het kraken op zolder, het gepiep van een scharnier van één van de luiken. Normaal gesproken maken deze geluiden mij rustig, maar vanavond bonkt mijn hart in mijn borstkas.
Ik probeer rustig adem te halen, lange teugen, in en uit. De geluiden klinken anders vanavond, harder. Alsof ze zich opdringen aan mijn trommelvliezen.
En dan hoor ik het weer. Het geluid wat ik niet ken. Het duurt maar even, maar ik hoor het luid en duidelijk. Ik trek mijn dekens verder over mijn hoofd, alsof ik mijzelf daarmee bescherm. Soms lijkt het te werken en zijn de geluiden opeens heel ver weg. Vanavond blijven ze dichtbij en ik knijp mijn ogen stijf dicht.
Ingespannen blijf ik luisteren, maar tegelijkertijd ben ik bang voor het moment dat het geluid weer klinkt. Een schrapend geluid, alsof er wat over de vloer wordt getrokken. Dan is het weer even stil. Het schrapen komt langzaam dichterbij de deur van mijn slaapkamer.
Ik hoor het geluid weer, gevolgd door een doffe klap. Precies voor mijn slaapkamerdeur, daar ben ik zeker van. Ik druk mijn lichaam in het matras, alsof ik er doorheen kan zakken en verdwijnen. Het zweet staat op mijn voorhoofd, mijn voeten ijskoud.
Dit keer duurt het langer dan normaal, voordat ik weer wat hoor. Het lijkt alsof ik een zachte ademhaling hoor, maar ik weet niet meer welke geluiden echt zijn. Mijn handen trillen en het geklop van mijn hart lijkt alleen maar harder te worden.
Ik hoor het gepiep van de deurknop die ronddraait en ik hou mijn adem in. Weer blijft het stil. Voorzichtig probeer ik mijn adem los te laten, mijn longen schreeuwen om nieuw zuurstof. Op het moment dat ik besluit weer een nieuwe teug lucht te happen, hoor ik de scharnieren van mijn deur piepen. Een geluid dat ik herken uit duizenden.
Nu weet ik zeker dat ik een zachte ademhaling hoor of zelfs zachtjes gehijg. Mijn handen klemmen zich om mijn dekens, ik druk mijn nagels diep in mijn handpalmen. Ik voel een zweetdruppel van mijn voorhoofd richting mijn oor glijden.
Opeens wordt het deken van mij afgerukt en ik krimp ineen. Het is te donker om ook maar iets te zien. Maar de blinkende bijl die het in de hand heeft, is zelfs in dit donker niet te missen. Ik wil gillen, maar mijn adem stokt. Mijn lichaam verkrampt.
De gestalte staat nog steeds over me heen gebogen, mijn deken in de hand. Ik voel mijn lichaam een beetje ontspannen en ik rol van mijn bed, zo weer terug eronder. Ik hoor een kreet, een vreselijk hoge vrouwelijke kreet. De bijl slaat woest naast mijn bed het tapijt in, vlakbij mijn vingertoppen. Ik trek ze snel terug en de vrouw loopt om mijn bed heen en de schoenen verdwijnen uit mijn zicht.
Weer blijft het even stil en ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen, met mijn kamerdeur als doel om te kunnen ontsnappen. Mijn lichaam tintelt, de adrenaline schiet door mijn aderen en helpt me beter te kunnen bewegen. Ik strek mijn been langzaam om het gevoel terug te krijgen.
Een seconde daarna voel ik hoe een koude, natte hand zich om mijn kuit sluit. Ik gil, eindelijk hoor ik mijn stem. Ik gil zo hard als ik kan terwijl ik langzaam onder het bed vandaan wordt getrokken aan mijn kuit. Ik zet mijn vingers in het tapijt, ik voel hoe mijn nagels dubbelslaan en breken. Ik klem mijn kaken op elkaar en probeer een poot van het bed te pakken. Steeds verder word ik onder het bed vandaan getrokken, terwijl ik haar zachtjes hoor lachen. Ik gil het nogmaals uit, veel harder, maar niemand hoort me. Ik glij over het vloerkleed, niet in staat om me ergens aan vast te klampen. Wanhopig probeer ik houvast te krijgen maar er is niets wat mij kan stoppen, niets dat mij kan redden. De lach klinkt steeds harder en hysterischer, terwijl ik verder onder het bed vandaan wordt getrokken.
Reacties